In ons eerdere artikel bespraken wij aan de hand van een uitspraak de rechtsgeldigheid van een proeftijdbeding. Deze week staan wij stil bij het proeftijdontslag.
In een uitspraak van 12 februari 2026 (ECLI:NL:RBLIM:2026:1410) stond de vraag centraal of een opzegging tijdens de proeftijd standhoudt, wanneer die opzegging nog vóór de startdatum van de arbeidsovereenkomst plaatsvindt.
De rechtbank Limburg oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was en wees de vorderingen van de werkneemster af.
Wat speelde er in deze zaak?
Een casinomedewerkster tekende op 21 oktober 2025 een arbeidsovereenkomst voor zeven maanden, met als startdatum 1 november 2025 en een proeftijd van één maand. Kort na ondertekening vroeg zij om een voorschot van € 1.000 op haar salaris.
Een dag later kreeg zij slecht nieuws: haar verzoek werd afgewezen en de werkgeefster beëindigde de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang, nog vóór de startdatum, op grond van het proeftijdbeding.
De werkneemster legde de zaak vervolgens voor aan de kantonrechter. Volgens haar was het proeftijdontslag niet rechtsgeldig, omdat de arbeidsovereenkomst nog niet was aangevangen. Daarnaast stelde zij dat de werkgeefster niet als goed werkgever had gehandeld, omdat zij niet eens de kans had gekregen om haar werkzaamheden te starten.
Wat oordeelde de rechter?
De kantonrechter oordeelde allereerst dat sprake is van een rechtsgeldige proeftijdbeding. De wet bepaalt vervolgens dat zowel werkgever als werknemer de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd met onmiddellijke ingang mogen opzeggen, zolang die proeftijd nog niet is verstreken (art. 7:676 lid 1 BW). Dat betekent dat deze opzeggingsbevoegdheid ook geldt ten aanzien van een arbeidsovereenkomst die wel is gesloten, maar feitelijk nog niet is aangevangen.
Nu de werkgeefster de arbeidsovereenkomst had opgezegd binnen de overeengekomen proeftijd, werd de opzegging in beginsel als rechtsgeldig aangemerkt.
Voor een proeftijdontslag is geen redelijke grond vereist. Een dergelijk ontslag kan alleen worden aangetast als het onmiskenbaar is gegeven in strijd met goed werkgeverschap of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarvan was in deze zaak geen sprake. Volgens de rechter was niet gebleken dat de werkgeefster een voorschot had toegezegd. Bovendien mocht de werkgeefster het verzoek om kort na ondertekening van de arbeidsovereenkomst een voorschot van € 1.000 te ontvangen, gelet op de aard van de werkzaamheden en de omgang met contant geld, als een relevant risico meewegen. De vorderingen van werkneemster werden derhalve afgewezen en de opzegging werd als rechtsgeldig geoordeeld.
Wat betekent dit voor werkgevers?
- Zorg dat het proeftijdbeding voldoet aan de wettelijke vereisten
- Een proeftijdontslag kan ook vóór de eerste werkdag rechtsgeldig zijn
- Een werkgever hoeft bij een proeftijdontslag geen inhoudelijke reden te geven
- Er geldt wel een grens: het ontslag mag niet in strijd zijn met goed werkgeverschap of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn
Vragen over een proeftijdbeding, opzegging of de arbeidsovereenkomst?
Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag met je mee.