Wat gebeurt er als een leverancier hout verkoopt, maar onvoldoende duidelijkheid geeft over de herkomst daarvan? Mag de afnemer dan weigeren te betalen en de koopovereenkomst ontbinden?
Het Gerechtshof Den Haag oordeelde onlangs over een geschil tussen een houtleverancier en twee zakelijke afnemers (ECLI:NL:GHDHA:2026:2095). Volgens het hof rustte op de leverancier een verplichting om voldoende informatie te geven over de herkomst van het geleverde hout.
Omdat de leverancier die informatie niet verstrekte, mochten de afnemers hun betalingsverplichtingen opschorten en de koopovereenkomsten uiteindelijk ontbinden.
Waar ging de zaak over?
Een leverancier verkocht en leverde in 2022 verschillende partijen berken betonplex en multiplex aan twee ondernemingen uit hetzelfde concern. Voor de leveringen bracht de leverancier drie facturen in rekening. Het ging om een bedrag van ruim € 136.000 inclusief btw.
Na de levering ontstonden bij de afnemers twijfels over de herkomst van het hout. Die twijfels waren relevant vanwege Europese regels tegen illegaal gekapt hout en sancties op de invoer en handel in hout van Russische oorsprong. De afnemers vroegen de leverancier daarom onder meer uit welk land en welke regio het hout afkomstig was en hoe de leverancier dat had vastgesteld.
De leverancier gaf aanvankelijk aan dat een partij hout uit Oekraïne kwam. Later stelde zij dat het hout uit China afkomstig was. Tijdens de procedure bij de rechtbank werd vervolgens verklaard dat het hout oorspronkelijk uit de Baltische staten kwam en door een Chinese onderneming was geëxporteerd. Ook troffen de afnemers op het hout en de verpakking verschillende kenmerken aan die volgens hen konden wijzen op een Russische herkomst. Het ging onder meer om stickerresten, zogenoemde butterfly patches en verpakkingsstroken met de aanduiding “RU”.
De afnemers namen contact op met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De NVWA besloot vervolgens dat de partijen hout tijdelijk niet mochten worden vervoerd, verwerkt, verkocht of op andere wijze in het verkeer mochten worden gebracht. Volgens de NVWA bestonden vragen over de herkomst van het hout en over de vraag of de vereiste zorgvuldigheidsstappen waren doorlopen. Enkele maanden later werd het hout vrijgegeven. De NVWA liet daarbij wel weten dat tijdens het onderzoek diverse overtredingen waren geconstateerd. De leverancier sommeerde de afnemers daarna om de openstaande facturen te betalen. De afnemers weigerden dat. Zij wilden eerst voldoende informatie ontvangen over de herkomst en de handelsketen van het hout. De leverancier verstrekte die informatie niet volledig. Volgens haar ging het om concurrentiegevoelige informatie en bedrijfsgeheimen. Zij was alleen bereid nadere gegevens te delen als de afnemers eerst een geheimhoudingsovereenkomst zouden ondertekenen.
Wanneer moet een leverancier informatie verstrekken?
De koopovereenkomsten bevatten geen uitdrukkelijke bepaling waarin stond dat de leverancier informatie over de herkomst van het hout moest geven. Toch kan een dergelijke verplichting volgens het hof uit de overeenkomst voortvloeien. Bij de uitleg van een overeenkomst zijn namelijk niet alleen de letterlijke bewoordingen van belang. Ook moet worden gekeken naar wat partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarnaast kunnen verplichtingen die niet letterlijk in het contract staan, voortvloeien uit de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 BW.
Wat oordeelde het hof?
Het hof oordeelde dat een afnemer van hout dat van buiten de Europese Unie afkomstig is, van zijn leverancier mag verwachten dat deze zo nodig informatie geeft over de herkomst van het hout. Dat geldt ook als die informatieplicht niet uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen. Volgens het hof kan onzekerheid over de herkomst voor een afnemer grote gevolgen hebben. Het hout kan bijvoorbeeld niet verder worden verkocht, door een toezichthouder worden geblokkeerd of strafrechtelijk in beslag worden genomen. Dat belang is nog groter wanneer mogelijk sprake is van hout van Russische oorsprong. De handel in dergelijk hout kan namelijk op grond van de Europese sanctieregels verboden zijn.
De twijfels van de afnemers waren gerechtvaardigd
Volgens het hof hadden de afnemers in deze zaak voldoende reden om vragen te stellen. De leverancier had wisselende verklaringen gegeven over de herkomst van het hout. Daarnaast waren op het hout en het verpakkingsmateriaal kenmerken aangetroffen die mogelijk naar Rusland verwezen. Ook waren er berichten verschenen dat Russisch hout via onder meer China naar Europa werd vervoerd. De leverancier had de twijfel bovendien zelf versterkt door aanvankelijk onjuiste informatie te geven. De leverancier stelde tijdens de procedure dat zij over uitgebreide documentatie beschikte, waaronder kapvergunningen, vrachtbrieven, handelscontracten en transportdocumenten. Volgens het hof had zij de afnemers met die stukken eenvoudig meer duidelijkheid kunnen geven.
Een beroep op bedrijfsgeheimen was niet voldoende
De leverancier stelde dat de gevraagde informatie over haar leveranciers en handelsketen als bedrijfsgeheim moest worden beschermd. Zij wilde de gegevens alleen verstrekken als de afnemers een geheimhoudingsovereenkomst ondertekenden. In die overeenkomst stond niet alleen een geheimhoudingsplicht. De afnemers en alle aan hen gelieerde ondernemingen mochten gedurende tien jaar ook geen zaken doen met de bekendgemaakte leveranciers. Op overtreding stond een boete van € 50.000, aangevuld met € 5.000 voor iedere dag dat de overtreding voortduurde.
Het hof oordeelde dat de afnemers deze voorwaarden niet hoefden te accepteren. De overeenkomst bevatte een algemeen verbod om de informatie aan derden te verstrekken. Daardoor zouden de afnemers de informatie mogelijk ook niet aan bevoegde autoriteiten kunnen geven. Daarnaast gold het verbod om met de leveranciers zaken te doen voor alle gelieerde ondernemingen en voor een periode van tien jaar. Volgens het hof was die termijn veel langer dan gebruikelijk en mogelijk ook langer dan mededingingsrechtelijk was toegestaan. Omdat de leverancier een informatieplicht had, was het aan haar om redelijke voorwaarden voor vertrouwelijkheid voor te stellen. De afnemers hoefden niet zelf met een tegenvoorstel te komen.
Mochten de afnemers de betaling opschorten?
Ja. Omdat de leverancier haar informatieplicht niet nakwam, mochten de afnemers hun betalingsverplichtingen opschorten. Zij hoefden de facturen dus niet te betalen zolang de leverancier onvoldoende informatie over de herkomst van het hout verstrekte. De leverancier beriep zich nog op een klachttermijn van vijf dagen uit haar algemene voorwaarden en op de wettelijke klachtplicht.
Ook dat argument slaagde niet. Volgens het hof hadden die bepalingen betrekking op klachten over de kwaliteit van het hout. In deze zaak ging het niet om de fysieke kwaliteit van de producten, maar om het niet nakomen van een informatieplicht over de herkomst.
Mochten de koopovereenkomsten worden ontbonden?
Ook dat mocht. De afnemers hadden de leverancier meerdere keren gevraagd om de informatie alsnog te verstrekken. Bij brief van 3 mei 2023 kreeg de leverancier een laatste termijn tot en met 10 mei 2023. De leverancier liet daarna opnieuw weten niet aan het informatieverzoek te zullen voldoen. Daarmee was zij volgens het hof in verzuim. De afnemers mochten de koopovereenkomsten daarom ontbinden.
De werkelijke herkomst van het hout was niet doorslaggevend
Opvallend is dat het hof niet definitief vaststelde of het hout daadwerkelijk uit Rusland kwam of illegaal was gekapt.
Er liepen ook bestuursrechtelijke en strafrechtelijke procedures over de herkomst van het hout. Het hof liet die procedures buiten beschouwing.
Voor deze zaak was alleen van belang of de leverancier verplicht was informatie te geven en of zij die verplichting was nagekomen. Volgens het hof was dat niet het geval. Zelfs als later zou komen vast te staan dat het hout legaal was en dat de leverancier de Europese regels niet had overtreden, zou dat niets veranderen aan de uitkomst van deze civiele procedure.
Wat betekent deze uitspraak voor ondernemers?
Deze uitspraak is belangrijk voor zowel leveranciers als afnemers.
Voor leveranciers laat het arrest zien dat contractuele verplichtingen niet altijd beperkt blijven tot wat letterlijk in de overeenkomst staat.
Wanneer de aard van het product, toepasselijke wetgeving of concrete omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan een leverancier verplicht zijn aanvullende informatie te verstrekken. Dat geldt in het bijzonder bij producten met risico’s op het gebied van sancties, herkomst, duurzaamheid, mensenrechten of illegale productie.
Een leverancier doet er daarom verstandig aan om vooraf vast te leggen welke informatie over de productieketen beschikbaar is en onder welke redelijke voorwaarden die informatie aan afnemers kan worden verstrekt.
Voor afnemers maakt de uitspraak duidelijk dat zij bij gerechtvaardigde twijfel om onderbouwing mogen vragen. Wanneer de leverancier een wezenlijke informatieplicht niet nakomt, kan onder omstandigheden betaling worden opgeschort en kan de overeenkomst uiteindelijk worden ontbonden.
Kortom
Een leverancier hoeft niet alleen een product te leveren. In bepaalde omstandigheden moet hij ook voldoende kunnen uitleggen en onderbouwen waar dat product vandaan komt. Dat geldt vooral als de afnemer door onduidelijkheid over de herkomst wordt blootgesteld aan wettelijke, financiële of reputatierisico’s.
Een informatieplicht kan ook bestaan als zij niet letterlijk in het contract is opgenomen.
In deze zaak gaf de leverancier onvoldoende duidelijkheid over de herkomst van het hout en stelde zij te vergaande voorwaarden aan het verstrekken van informatie. De afnemers mochten daarom hun betaling opschorten en de koopovereenkomsten ontbinden. Dat het hout mogelijk uiteindelijk toch legaal bleek te zijn, veranderde daar volgens het hof niets aan.
Vragen over informatieverplichtingen, handelscontracten, sanctieregels, opschorting of ontbinding?
Neem gerust contact met ons op. Wij helpen graag.