In een recente uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:4273) heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak een interessant oordeel gegeven over de verhouding tussen het algemeen belang bij handhaving en de belangen van een eigenaar van een pand. Hoewel de rechter geen grond zag om te twijfelen aan de rechtmatigheid van het handhavend optreden tegen de huisvesting van arbeidsmigranten, werd tóch een voorlopige voorziening getroffen.
Wat speelde er?
De eigenaar van een bedrijfspand kreeg een last onder dwangsom opgelegd om een aanbouw, dakterras en diverse voorzieningen te verwijderen én de huisvesting van arbeidsmigranten te beëindigen. Zowel bezwaar als beroep leverden slechts beperkte verlichting op. In hoger beroep vroeg de eigenaar om een voorlopige voorziening, met name vanwege de korte begunstigingstermijn.
Uit de uitspraak van de voorzieningenrechter volgt dat de aangevoerde beroepsgronden (vooralsnog) niet zullen leiden tot een gegrond hoger beroep. De huisvesting wordt geacht in strijd te zijn met het bestemmingsplan, een concreet zicht op legalisatie ontbreekt en een beroep op het vertrouwensbeginsel zal ook niet slagen. Kortom, inhoudelijk verwacht de Afdeling dat het hoger beroep niet zal slagen.
Toch een voorziening
Ondanks dit vooruitzicht heeft de voorzieningenrechter een gedeeltelijke schorsing van de last getroffen. De reden: het verwijderen van bouwkundige voorzieningen, zoals een aanbouw en dakterras, heeft onomkeerbare gevolgen. Zolang de bodemuitspraak nog moet volgen, is het volgens de rechter niet proportioneel om de eigenaar nu al tot sloop te dwingen.
Voor de bewoning door arbeidsmigranten is de rechter strenger maar wordt toch een voorziening getroffen. Deze moet binnen drie maanden na de uitspraak zijn beëindigd. Daarmee wordt het algemeen belang bij handhaving gediend, terwijl de eigenaar tijd krijgt om alternatieve huisvesting te regelen.
Waarom is dit relevant?
Deze uitspraak laat zien dat een verzoek om voorlopige voorziening zinvol kan zijn, zelfs wanneer de inhoudelijke kans op succes gering lijkt. De voorzieningenrechter kan (vanuit een belangenafweging) besluiten om maatregelen tijdelijk te verzachten of uit te stellen.
Bij handhavend optreden kan een verzoek om voorlopige voorziening zinvol zijn, vooral wanneer de gemeente geen uitstel van de begunstigingstermijn wil verlenen. Zo kan tijd worden gewonnen en kunnen onomkeerbare gevolgen worden voorkomen.
Heb je vragen over over handhaving, omgevingsplannen of voorlopige voorzieningen? Moniek Peeters en Joop van Berkel staan u graag bij.