Een ontslag op staande voet is een zogenaamd ultimum remedium. Dit betekent dat een dergelijk ontslag, vanwege de ingrijpende gevolgen, alleen mag worden gegeven als een minder vergaande maatregel – zoals een waarschuwing, loonsanctie of ontbinding van de arbeidsovereenkomst – niet volstaat.
In deze zaak oordeelde de kantonrechter op 23 maart 2026 (ECLI:NL:RBNHO:2026:2025) dat de werkgever de ziekmelding van werkneemster niet had mogen negeren en niet zelf had mogen beoordelen of zij arbeidsongeschikt was. Dat oordeel is voorbehouden aan de bedrijfsarts.
Waar draaide het om in deze zaak?
Werkneemster is sinds 1 juni 2024 voor bepaalde tijd in dienst bij een architectenbureau als managementassistente. Op 19 november 2025 ging zij overstuur naar huis en meldde zij zich mondeling ziek. Een dag later lichtte zij haar situatie schriftelijk toe. In haar e-mail gaf zij aan dat zij, ondanks eerdere gesprekken, aanhoudende kritiek kreeg op haar functioneren, waardoor zij onzeker werd en uiteindelijk ziek uitviel.
Werkgever meldde werkneemster op 20 november 2025 hersteld bij de bedrijfsarts. Werkneemster herhaalde vervolgens meerdere keren dat zij zich al op 19 november 2025 ziek had gemeld. Op 29 november 2025 ontsloeg werkgever haar op staande voet, onder meer omdat zij zonder bericht en zonder geldige reden niet op het werk zou zijn verschenen.
Werkneemster verzocht de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en werkgever te veroordelen tot doorbetaling van haar loon.
Hoe oordeelde de kantonrechter?
De kantonrechter was duidelijk: het ontslag op staande voet was niet rechtsgeldig.
Volgens de kantonrechter had werkgever uit de e-mails van werkneemster kunnen en behoren te begrijpen dat sprake was van een ziekmelding. Dat werkneemster nog bereid was om (op haar vrije dag) met werkgever in gesprek te gaan om tot een oplossing te komen, maakte dat niet anders. Ook de omstandigheid dat zij, nadat bleek dat er voor haar geen acceptabele oplossing kwam, opnieuw wees op haar ziekmelding, leverde naar het oordeel van de kantonrechter geen misleiding op.
Belangrijk is dat werkgever niet zelf had mogen beoordelen of werkneemster ziek was. Dat oordeel is voorbehouden aan de bedrijfsarts. Door de ziekmelding te negeren en werkneemster zonder betermelding toch als beter te melden, heeft werkgever onjuist gehandeld.
De door werkgever aangevoerde omstandigheden leverden daarom geen dringende reden op voor ontslag op staande voet. Het ontslag op staande voet werd vernietigd.
Werkgever moet het loon doorbetalen en werkneemster alsnog toelaten tot de bedrijfsarts en het verzuimtraject. Ook het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen, omdat het opzegverbod tijdens ziekte geldt.
Waarom is deze uitspraak belangrijk voor werkgevers?
Deze uitspraak laat zien dat werkgevers bij een ziekmelding zorgvuldig moeten handelen, ook als zij twijfelen aan de geloofwaardigheid daarvan. Een werkgever mag niet zelf beoordelen of een werknemer wel of niet arbeidsongeschikt is. Dat oordeel is voorbehouden aan de bedrijfsarts.
Wordt een ziekmelding genegeerd of wordt te snel gekozen voor ontslag op staande voet, dan kan dat grote financiële en juridische gevolgen hebben.
Wat betekent dit voor werkgevers?
- Schakel bij twijfel over een ziekmelding altijd de bedrijfsarts in
- Beoordeel niet zelf of een werknemer arbeidsongeschikt is
- Wees terughoudend met ontslag op staande voet bij ziekte
- Houd rekening met het opzegverbod tijdens ziekte
Twijfel je over een ziekmelding of overweeg je een ontslag op staande voet?
Neem gerust contact op met ons op. Wij helpen je graag