Hoge Raad bevestigt: WW-uitkering mag worden verrekend met billijke vergoeding

Op 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan (ECLI:NL:HR:2026:193) over de begroting van de billijke vergoeding waarop een werknemer recht heeft als het dienstverband door ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever eindigt.  De kernvraag: mag een (mogelijke) WW-uitkering in mindering worden gebracht op de billijke vergoeding?

Het korte antwoord: ja, dat mag.

Waar draaide deze zaak om?

Een werkneemster trad in 2018 in dienst bij Stichting Antonius Zorggroep als klinisch chemicus. In de loop van het dienstverband ontstonden spanningen in de samenwerking. Begin 2021 meldde zij zich ziek  wegens overbelasting/burn-out. De bedrijfsarts constateerde een zware depressie én een verstoorde arbeidsverhouding.

Tijdens het re-integratietraject werden diverse pogingen gedaan om de arbeidsverhouding te herstellen, waaronder mediation en een voorstel van de werkgever tot beëindiging van het dienstverband.

Na verloop van tijd werd de werkneemster volledig hersteld verklaard. Pogingen om het dienstverband voort te zetten liepen echter opnieuw vast, waarna de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. De werkneemster verzette zich daartegen en verzocht – voor het geval de arbeidsovereenkomst toch zou eindigen – om toekenning van een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.

Hoe oordeelde het hof?

Het gerechtshof oordeelde dat de arbeidsrelatie zodanig was verstoord dat ontbinding onvermijdelijk was geworden. Daarbij stelde het hof vast dat de werkgever in de voorafgaande periode onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld, met name in het kader van de re-integratie en door tijdens ziekte aan te sturen op beëindiging van het dienstverband. Dat leverde ernstig verwijtbaar handelen op en rechtvaardigde de toekenning van een billijke vergoeding, aldus het hof.

Bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding keek het hof naar:

  • het loon dat de werkneemster vermoedelijk nog zou hebben verdiend als het dienstverband later zou zijn geëindigd; en
  • de WW-uitkering die zij in die periode zou kunnen ontvangen.

Die WW-uitkering werd in mindering gebracht, waardoor de billijke vergoeding aanzienlijk lager uitviel dan de vergoeding die de kantonrechter had toegekend.

Wat vond de Hoge Raad?

In cassatie stelde de werkneemster dat verrekening van de WW-uitkering slechts in bijzondere omstandigheden in mindering dient te worden gebracht. De Hoge Raad ging daar niet in mee.

De Hoge Raad herhaalde dat een billijke vergoeding moet worden vastgesteld aan de hand van alle bijzondere omstandigheden van het concrete geval en bedoeld is om de werknemer te compenseren voor het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Daarbij kan de rechter rekening houden met:

  • het inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de arbeidsovereenkomst op een later moment zou zijn geëindigd
  • inkomsten uit eventueel ander werk dat de werknemer heeft gevonden; en/of
  • (andere) inkomsten die de werknemer in redelijkheid in de toekomst kan verwerven.

Als de rechter bij die beoordeling kijkt naar de gevolgen van het vroegtijdige einde van het dienstverband, ligt het volgens de Hoge Raad voor de hand dat hij niet alleen de nadelen (zoals loonverlies) meeweegt, maar ook eventuele voordelen die daarmee samenhangen. Daaronder kan het recht op een WW-uitkering vallen.  In hoeverre deze gevolgen doorwerken in de hoogte van de billijke vergoeding, hangt af van alle overige omstandigheden van het geval.

Het oordeel van het hof is daarom juridisch juist. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Wat betekent deze uitspraak?

Deze uitspraak introduceert geen vaste regel dat een WW-uitkering altijd in mindering moet worden gebracht op de billijke vergoeding. De Hoge Raad benadrukt dat de vergoeding moet worden vastgesteld aan de hand van alle omstandigheden van het concrete geval. Een WW-uitkering kan daarbij worden meegewogen als een voordeel dat samenhangt met het einde van het dienstverband. De uiteindelijke hoogte van de billijke vergoeding blijft echter afhankelijk van factoren zoals de ernst van het verwijtbare handelen, de duur van het dienstverband en de inkomens- en herstelmogelijkheden van de werknemer.

Voor werkgevers biedt deze uitspraak aanknopingspunten om – indien een billijke vergoeding wordt toegekend – te betogen dat een WW-uitkering in de berekening moet worden betrokken.

Vragen over billijke vergoedingen, ontbinding van de arbeidsovereenkomst of ernstig verwijtbaar handelen?

Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag met je mee.

Vragen? Neem contact op met:

Edwin van Gerven

Vragen? Neem contact op met:

Gözde Kahraman

bestuurdersaansprakelijkheid financieel toezicht

Wat steek je hiervan op?

  • Een WW-uitkering hoeft niet standaard te worden verrekend; het blijft maatwerk.
  • De billijke vergoeding wordt vastgesteld op basis van alle omstandigheden van het geval.
  • De hoogte hangt af van o.a. de ernst van het verwijt, dienstduur en inkomensmogelijkheden.

Ik zoek iets anders

Volg ons op social media

We delen verhalen, foto's en video's over ons en ons werk.

Contactinfo

Neem contact met ons op

Vragen? Neem dan gerust contact met ons op.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Voor de verwerking van persoonsgegevens: zie onze privacyverklaring.
Je gebruikt een verouderde webbrowser

Deze website maakt gebruik van moderne technieken die niet worden ondersteund door jouw webbrowser. Update mijn webbrowser

×