Sumrin advocaten is gevestigd in het hart van agrarisch ondernemersland. Zij kennen de agrarische sector en weten alles over het buitengebied. Agrarische bedrijven dienen aan zoveel milieueisen te voldoen dat het ondernemen hen behoorlijk lastig wordt gemaakt. Denk daarbij aan voor hen geldende normen over geur, ammoniak, geluid, stikstof (natuurvergunning), fijnstof (luchtkwaliteit), volksgezondheid (endotoxinen).

Geur

Geur is een belangrijk milieuthema bij veehouderijen en voor omwonenden. De Wet geurhinder en veehouderij is het toetsingskader voor de omgevingsvergunning milieu voor het aspect geurhinder. Met minimumafstanden en maximale waarden voor geurbelasting krijgen geurgevoelige objecten (zoals woningen) bescherming tegen overmatige geurhinder. Een gemeenteraad kan bij gemeentelijke verordening bepalen dat andere waarden en andere afstanden van toepassing zijn. Indien een veehouderij niet omgevingsvergunningplichtig is maar onder de werking van het Activiteitenbesluit milieubeheer valt, is de veehouderij ten aanzien van het aspect geur verplicht te voldoen aan de bepalingen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.  Als bij plannen geurgevoelige objecten (woningen) in de buurt van een veehouderij worden gepland moet worden nagegaan of: (1) voor het geurgevoelig object een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zal bestaan en (2) of de inbreng van nieuwe functies geen belemmeringen oproept voor de agrarische bedrijvigheid.

Ammoniak

Dieren in de (intensieve) veehouderij produceren via mest veel ammoniak. Ammoniak is schadelijk voor de natuur en biodiversiteit. Met de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) wil de Rijksoverheid  de uitstoot en de neerslag van ammoniak verminderen. Onder meer met regels voor (nieuwe) stallen en beter veevoer. Deze regeling is gebaseerd op de Wet ammoniak en veehouderij.

Stikstof (natuurvergunning)

De Wet natuurbescherming beschermt onder andere Natura 2000-gebieden. Activiteiten die je uitvoert kunnen voor uitstoot van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zorgen. Voor het uitvoeren van deze plannen heb je mogelijk een natuurvergunning nodig. Het natuurbeschermingsrecht is vanaf 1 juli 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Met de Wet natuurbescherming en het daarop gebaseerde Programma Aanpak Stikstof (PAS) heeft de wetgever getracht om voor het overschot aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden) orde te scheppen én daarbij ruimte te bieden aan economische activiteiten.  Op 29 mei 2019 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het PAS in strijd is met Europese natuurwetgeving, de Habitatrichtlijn. Als gevolg van deze uitspraken heerst er veel onzekerheid. Als gevolg van de recente PAS-uitspraken is het op dit moment echter niet meer eenvoudig om voor gebiedsbescherming aan een vergunning te komen. Na de PAS-uitspraken heeft vergunningverlening stil gelegen. Sinds 11 oktober 2019 gelden in verschillende provincies nieuwe Beleidsregels. Door de Beleidsregels is onder omstandigheden intern en extern salderen weer mogelijk. Daarvoor gelden wel strikte eisen. Volledige vergunningverlening is tot op heden nog niet vlot getrokken en er heerst nog veel onduidelijkheid.

Geluid

Op groeiende agrarische bedrijven dicht bij buren speelt geluid en geluidsoverlast een steeds grotere rol. Vooral ventilatoren of andere stationaire machines kunnen dan een knelpunt worden. De maximale hoeveelheid geluid die een bedrijf mag produceren is opgenomen in het activiteitenbesluit. Hierin worden eisen gesteld aan de geluidsbelasting op gevoelige gebouwen. In de praktijk zijn dit vooral woningen. Bij deze regels maken ze onderscheid tussen een langtijdgemiddeld en een maximaal geluidsniveau.

Fijnstof (luchtkwaliteit)

Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen. Denk hierbij aan het verkeer, industriële en agrarische bedrijven. Fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. Om een voldoende kwaliteit van de buitenlucht in de leefomgeving te waarborgen zijn er: 1. Regels om de uitstoot (emissies) bij de bron te beperken, 2. Grenswaarden en regels voor een aanvaardbare luchtkwaliteit op leefniveau.

Volksgezondheid (endotoxinen)

De gezondheidsrisico’s die agrarische bedrijven voor de mens met zich brengen, vragen steeds meer aandacht in het omgevingsrecht. Als een ruimtelijk of milieubesluit voor een veehouderij wordt genomen, moeten daarbij ook de volksgezondheidsrisico’s worden meegenomen. Onderdeel daarvan vormen de gevolgen van emissies van endotoxinen. De Gezondheidsraad hanteert in het rapport ‘Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen’ (2012) een advieswaarde van 30 EU/m3 voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht. De Gezondheidsraad gaat ervan uit dat met deze advieswaarde de gezondheid van omwonenden van veehouderijen tegen te veel endotoxinen kan worden beschermd. De rijksoverheid ontwikkelt een landelijk toetsingskader voor endotoxinen. Dit toetsingskader is momenteel nog niet beschikbaar. Daarom heeft het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid (team van provincie Noord-Brabant, de GGD en verschillende Brabantse omgevingsdiensten en gemeenten) vooruitlopend op de ontwikkeling van een landelijk toetsingskader de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld.

Vragen? Neem contact op met:

Moniek Peeters

Vragen? Neem contact op met:

Rietje Obers

Volg ons op social media

We delen verhalen, foto's en video's over ons en ons werk.

Contactinfo

Neem contact met ons op

Vragen? Neem dan gerust contact met ons op.

Voor de verwerking van persoonsgegevens: zie onze privacyverklaring.
Je gebruikt een verouderde webbrowser

Deze website maakt gebruik van moderne technieken die niet worden ondersteund door jouw webbrowser. Update mijn webbrowser

×