0493 894 752

vervolg2

In 2007 werd in Europese Unie de Richtlijn betalingsdiensten 2007 (Richtlijn 2007/64/EG van 13 november 2007 vastgesteld. Deze Richtlijn werd op 1 november 2009 in Nederland in het Burgerlijk Wetboek verwerkt (de artikelen 7:515 – 551).

Eén van de onderwerpen die in de wet worden geregeld is het recht op terugbetaling van een betaling die zonder toestemming van de rekeninghouder door de bank werd uitgevoerd.

Als er voor een betalingsopdracht geen instemming bestaat van de rekeninghouder dan wordt dit aangemerkt als een “niet toegestane” betaling. Een dergelijke “niet toegestane” betaling dient bij ontdekking direct bij de bank te worden gemeld. Als door de bank wordt vastgesteld dat inderdaad sprake is van een “niet toegestane” betaling, dan heb je recht op terugbetaling van de bank. De bank is dan verplicht om onmiddellijk het bedrag van de “niet toegestane” betaling terug te betalen aan de rekeninghouder. De rekeninghouder dient dan in de toestand te worden hersteld alsof de “niet toegestane” betaling nooit had plaatsgevonden.

Banken plegen in hun algemene voorwaarden strengere verplichtingen van de rekeninghouder op te nemen dan in de wet is bepaald. Recentelijk deed het Gerechtshof Amsterdam uitspraak over het recht op terugbetaling in een zaak van de ING Bank N.V. (ECLI:NL:GHAMS:2019:3612). De ING Bank heeft in haar algemene voorwaarden opgenomen dat een rekeninghouder alle denkbare maatregelen dient te nemen ter voorkoming van fraude en misbruik. Daarbij heeft de ING Bank ook voor de rekeninghouder een verplichting opgenomen om bankafschriften direct na ontvangst te controleren en fraude, misbruik van de bankrekening direct te melden.

bankfraudeDe ING Bank stelde in deze zaak dat de rekeninghouder grove nalatigheid kon worden verweten omdat deze zijn verplichtingen niet zou zijn nagekomen. De rekeninghouder verbleef voor langere tijd in Spanje en tijdens zijn verblijf daar bleek zijn stiefzoon door middel van diverse overboekingen een bedrag van meer dan € 25.000,-- van zijn bankrekening te hebben afgeschreven. De ING Bank voerde aan dat de rekeninghouder geen maatregelen had genomen, zoals het laten bezorgen van de bankafschriften op een ander adres, het kiezen voor internet-bankieren waardoor de bankrekening in de gaten kon worden gehouden en het voorkomen dat de stiefzoon toegang had tot de woning. De rekeninghouder was het niet eens met de ING Bank en stelde zich op het standpunt dat zijn ex-partner op zijn woning zou passen, dat de betaalkaarten in een afgesloten kast in de woning waren bewaard en de sleutel in de woning was verstopt. Het was voor hem niet voorzienbaar dat zijn stiefzoon zich de toegang tot de woning zou verschaffen.

Het Hof stelt de rekeninghouder in het gelijk. De ING Bank was onduidelijk gebleven over de wijze waarop de bankoverschrijvingen waren uitgevoerd. De uitleg was eerst dat via de betaalkaarten de overboekingen waren uitgevoerd, maar later stelde de ING Bank dat er telefonische overboekingen zouden zijn geweest waarbij een standaard check aan de hand van de betaalpas zou zijn uitgevoerd. De ING Bank kon dat evenwel niet bewijzen. De wet bepaalt echter dat bij een “niet toegestane” betaling de bank dient te bewijzen dat door haar op juiste wijze deze is geauthentiseerd. De ING Bank kon dat niet. Ook oordeelde het Hof dat de ING Bank in haar algemene voorwaarden een strenger criterium over grove nalatigheid had opgenomen dan in de wet is bepaald. Dat mag echter niet ten nadele van een consument zodat dat buiten beschouwing werd gelaten. Het gevolg is uiteindelijk dat de rekeninghouder recht heeft op terugbetaling en dat de ING Bank daartoe werd veroordeeld. Bij fraude of misbruik ben je niet steeds je geld kwijt, maar het blijft oppassen.

Voor meer informatie of vragen over dit onderwerp kunt u bij Luc Tacx (l.tacx@sumrin.nl / 06-578 709 88), Sumrin Advocaten | Someren, Asten, Deurne, Helmond e.o.

Heeft u een vraag?

  1. (*)
    Ongeldige invoer
  2. (*)
    Ongeldige invoer
  3. (*)
    Ongeldige invoer
  4. (*)
    Ongeldige invoer